van den Boogaert

Van den Oetelaar - van Groenendaal

De tot nog toe uitgezochte stamboom van Van den Oetelaar gaat terug tot de 13e eeuw en komt rond die tijd voor in de omgeving Esch en Schijndel. Onder Schijndel bevindt zich nog steeds een buurtschap die d'Oetelaar heet en een straat die Oetelaar heet.

Uit de vroege archiefgegevens blijkt dat onze voorouders in dit buurtschap grond bezaten en daar dus mogelijk woonden, waardoor ze de naam "van den Oetelaar" gingen gebruiken.

De naam zelf komt naar alle waarschijnlijkheid af van de samentrekking van Oetel (brabants voor kikker) en Laar, wat een deel van een moerrassig bos betekent.

Overigens komt in onze familiegeschiedenis de naam Van den Oetelaar niet meteen voor; onze voorouders in de 13e en 14e eeuw werden vooral genoemd naar de plaats waar men toen vandaan kwam: Schijndel (Schinle) en Esch (d'Esche).

Beroepen

De familie van den Oetelaar genoot in vroegere tijd nogal wat aanzien. Vaak hadden leden van de familie bestuurlijke functies. Zo hadden we kwartierschouten en stadhouders van kwartierschouten aan de adelijke kant, maar ook aan de niet adelijke kant kwamen functies voor als Borgemeesters, Schepenen, Achtman, Zetter en Gezworene. Toch is de achtergrond vooral de landbouw en met name de hopteelt heeft de familie de nodige rijkdommen verschaft.

Adelijke tak

Familie van de Oetelaar kent tot in de 18e eeuw een adelijke tak. Deze ontstaat als een van de zonen van onze stamvader Jan Ricarts van den Oetelaar (omstreeks 1480 - 1550), Eijmbert Janssen van den Oetelaar ( omstreeks 1500 - 1560) een zoon heeft die in de adelstand wordt verheven. Waarschijnlijk is dit gedaan omdat hij beschikte over behoorlijk wat vermogen, en de functie had van Schepen van Sint-Oedenrode in 1562 en 1563. De basis voor het vermogen is door zijn voorouders gelegd via de hopteelt en handel in onroerend goed.

De adelijke tak sterft uit tegen 1800, wanneer de laatste mannelijke adelijke (Willem van Oetelaar) sterft als Schout en Drossaard (vertegenwoordiger van Prins Willem III Oranje Nassau) van Diest.

Familiewapen

Jonker Willem Eijmberts van Oetelaar is waarschijnlijk de eerste die het familiewapen gebruikt (1532- 1602). Het wapen hoort te zijn voorzien van een jonkheerkroon en is opgebouwd uit een aantal onderdelen: De blauwe keper onderdaan symboliseert het dak van een huis, waarmee men wilde laten zien dat men de lokale of regionale heren met raad en daad steunden. 

Het bovenste gedeelte bevat een drietal molenijzers. Deze zijn gerelateerd aan een aantal oude families uit Peelland, het graafschap Rode. Het symboliseert het heerlijke maalrecht; de dragers van het wapen waren niet de molenaars, maar de eigenaars van het molenrecht. Daarnaast symboliseerde het molenijzer ook vaak een oud rechtssymbool of rechtbankteken, hetgeen  logisch lijkt, gezien de functies die de adelijke tak vak uitoefenden (Schoten / Stadhouders / Drossaards).

De zilverwitte kleur symboliseert verder reinheid, wijsheid, onschuld en vreugde, terwijl de blauwe kleur staat voor trouw, bestendigheid en deemoed.


Klik hier om de stamboom van de familie van den Oetelaar te zien in 8 generaties

Klik hier om de stamboom van de familie van Groenendaal te zien in 8 generaties

Klik hier om oude foto's en documenten van de familie van de Oetelaar - van Groenendaal te bekijken